Kom dan Heer Jezus, kom!

De Noveen van Kerstmis (16-24 december)

De hierna volgende oefeningen voor de noveen van Kerstmis, zijn grotendeels geïnspireerd door de zogenoemde “O-antifonen”. De O-antifonen zijn de Magnificat-antifonen in de Vespers van de laatste zeven dagen vóór de heilige Kerstnacht, van 17 tot en met 23 december. Zij  worden zo genoemd, omdat elke antifoon begint met de uitroep ‘O’, gevolgd door de aanroeping van de nieuwgeboren Heiland onder een van de zeven Messiastitels, die hem gegeven zijn door de profeten van het Oude Testament. De antifonen culmineren telkens in de uitroep “Kom…”: de bede om die komst waarop het hele Oude Testament zolang gewacht heeft, en waarop wij nu weer opnieuw wachten in deze Adventstijd, d.w.z. tijd voor de aankomst van onze Verlosser.

Wanneer men op de laatste dag vóór Kerstmis de beginletters van deze titels terugleest, ontstaan de woorden: ERO CRAS, hetgeen betekent: ‘morgen zal ik er zijn’. Na de antifonen leest u telkens een citaat uit de profeten van het Oude Testament betreffende de Messias, waarop deze antifoon geïnspireerd is.

journeytobethlehem2

DE KERSTNOVEEN:

Op 16 december: RORATE…

Dauwt , hemelen, uit de hoge, en wolken, regent de Gerechte.
Wees niet vertoornd, o Heer, gedenk niet langer onze ongerechtigheid. Zie, de heilige stad is tot woestijn geworden, Sion is een woestijn geworden. Jerusalem is verlaten, het huis van Uw heiliging en Uw heerlijkheid, waar onze vaderen U geprezen hebben.
We hebben gezondigd en zijn onrein geworden, allen zijn we als bladeren afgevallen, en onze zonden hebben ons als een stormwind voortgejaagd. Gij hebt Uw aanschijn voor ons verborgen en ons verpletterd door de zwaarte van onze eigen schuld.
Zie, Heer, de ellende van Uw volk, en zend Hem die Gij beloofd hebt te zenden; zend het Lam, de heerser van de aarde, van de rotsen der woestijn naar de berg van Sion’s dochter, om het juk van onze slavernij weg te nemen.
Troost u, troost u, mijn volk! Spoedig zal uw redding komen. Waarom wordt gij door droefheid verteerd? Waarom grijpt de smart u aan? Ik zal u redden, vrees niet, Ik ben immers de Heer, uw God, de Heilige van Israël, uw Verlosser.

Gebed: Kom, Heer Jezus, kom ook nu weer, goede Jezus. Werp nog eens met sterke arm de Satan buiten, die wij, dwazen, hebben binnengelaten; wij hielden ons niet aan de doopverbintenis, die wij eens met U sloten. Gezondigd hebben wij o Heer, ons wederom afgegeven met de Satan en zijn werken. Grif hebben wij onder het schandelijke juk onze hals gebogen, en ons naar de jammerlijke slavernij der zonde gevoegd. Dán pas zal er voor ons, ook nú weer, vrijheid zijn, indien Gij ons bevrijdt. Kom dan Heer Jezus, kom!

 

Op 17 december: O SAPIENTIA…

Antifoon: O WIJSHEID, voortgekomen uit de mond van de Allerhoogste, Gij strekt van het ene eind tot het andere, en beschikt alles met kracht en mildheid: kom, om ons de weg van de voorzichtigheid te leren!

Uit de Heilige Schrift: “De Wijsheid vermag alles en bestuurt alles. Want zij is een ademtocht van de Majesteit Gods, een reine uitstraling van de glorie van de Almachtige. Van geslacht tot geslacht treedt zij binnen in heilige zielen, en vormt ze tot vrienden Gods en profeten. Want God heeft hen alleen lief, die vertrouwd zijn met de Wijsheid. Haar kracht strekt zich uit van het ene eind tot het andere, zij is het die alles ten beste beschikt.” (Wijsheid 7:23-8:1)

Gebed: Kom, Heer Jezus, kom ook nu weer, goede Jezus. Werp nog eens met sterke arm de Satan buiten, die wij, dwazen, hebben binnengelaten; wij hielden ons niet aan de doopverbintenis, die wij eens met U sloten. Gezondigd hebben wij o Heer, ons wederom afgegeven met de Satan en zijn werken. Grif hebben wij onder het schandelijke juk onze hals gebogen, en ons naar de jammerlijke slavernij der zonde gevoegd. Dán pas zal er voor ons, ook nú weer, vrijheid zijn, indien Gij ons bevrijdt. Kom dan Heer Jezus, kom!

 

Op 18 december: O ADONAI…

Antifoon: O HEER, en Leider van Israëls huis, Gij zijt in het brandende braambos aan Mozes verschenen, en hebt hem de wet gegeven op de Sinaï; kom, om ons met uitgestrekte hand te verlossen!

Uit de Heilige Schrift: “Ik zal wonen te midden van Israëls kinderen, en hun God zijn. Dan zullen ze weten, dat Ik, de Heer, hun God ben, die hen uit het land van Egypte heb geleid, om in hun midden te wonen: Ik, de Heer, hun God!” (Exodus 29:45-46)

Gebed: Kom, Heer Jezus, kom ook nu weer, goede Jezus. Werp nog eens met sterke arm de Satan buiten, die wij, dwazen, hebben binnengelaten; wij hielden ons niet aan de doopverbintenis, die wij eens met U sloten. Gezondigd hebben wij o Heer, ons wederom afgegeven met de Satan en zijn werken. Grif hebben wij onder het schandelijke juk onze hals gebogen, en ons naar de jammerlijke slavernij der zonde gevoegd. Dán pas zal er voor ons, ook nú weer, vrijheid zijn, indien Gij ons bevrijdt. Kom dan Heer Jezus, kom!

 

Op 19 december: O RADIX JESSE…

Antifoon: O WORTEL VAN JESSE, gesteld als een banier voor de volkeren; voor U zullen de koningen verstommen, tot U zullen de volken roepen: kom, om ons te bevrijden, wacht niet langer!

Uit de Heilige Schrift: “Dan zal een scheut uit de wortel van Jesse ontspruiten, de geest Gods zal op Hem rusten. Op die dag zal de wortel van Jesse, als een banier voor de naties verheven, door de volken worden gezocht, en zijn rustplaats zal glorievol zijn. Op die dag heft de Heer nogmaals zijn hand, om het overschot van zijn volk te bevrijden.” (Isaias 11:1,2,10,11)

Gebed: Kom, Heer Jezus, kom ook nu weer, goede Jezus. Werp nog eens met sterke arm de Satan buiten, die wij, dwazen, hebben binnengelaten; wij hielden ons niet aan de doopverbintenis, die wij eens met U sloten. Gezondigd hebben wij o Heer, ons wederom afgegeven met de Satan en zijn werken. Grif hebben wij onder het schandelijke juk onze hals gebogen, en ons naar de jammerlijke slavernij der zonde gevoegd. Dán pas zal er voor ons, ook nú weer, vrijheid zijn, indien Gij ons bevrijdt. Kom dan Heer Jezus, kom!

 

Op 20 december: O CLAVIS DAVID…

Antifoon: O SLEUTEL VAN DAVID en Scepter van Israëls huis: Gij opent, en niemand sluit; Gij sluit, en niemand opent: kom, en bevrijd de gevangene uit de kerker, die daar zit in de duisternis en de schaduw van de dood!

Uit de Heilige Schrift: “De sleutels van Davids Huis leg ik op zijn schouders: opent Hij, niemand die sluit; sluit Hij, niemand doet open. Hij zal de eretroon zijn voor het huis van zijn vader. Ik heb hem gevormd en bestemd, om tot de gevangenen te zeggen: Komt eruit! En tot die in de duisternis zitten: Komt tot het Licht! Jubelt, hemelen, en verheug u, aarde, want God ontfermt zich over zijn volk, heeft medelijden met zijn ellende! Maar Sion zegt: God heeft mij verlaten, de Heer mij vergeten! Kan dan een moeder haar kindje vergeten? En al zou ook zíj het vergeten, Ik, Ik vergeet u nooit!” (Isaias 22:22,23; 49:9,13-15)

Gebed: Kom, Heer Jezus, kom ook nu weer, goede Jezus. Werp nog eens met sterke arm de Satan buiten, die wij, dwazen, hebben binnengelaten; wij hielden ons niet aan de doopverbintenis, die wij eens met U sloten. Gezondigd hebben wij o Heer, ons wederom afgegeven met de Satan en zijn werken. Grif hebben wij onder het schandelijke juk onze hals gebogen, en ons naar de jammerlijke slavernij der zonde gevoegd. Dán pas zal er voor ons, ook nú weer, vrijheid zijn, indien Gij ons bevrijdt. Kom dan Heer Jezus, kom!

 

Op 21 december: O ORIENS…

Antifoon: O DAGERAAD, glans van het Eeuwige Licht en Zon van gerechtigheid: kom, en verlicht hen die in de duisternis zitten en in de schaduw van de dood!

Uit de Heilige Schrift: “Want zie, de Dag gaat komen, die brandt als een oven! Al de opstandigen en boosdoeners worden als kaf, en de Dag die gaat komen, zal hen verbranden, spreekt de Heer de heirscharen, en laat er wortel noch tak van over. Maar voor u, die mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, die genezing draagt in haar vleugelen. Zie, Ik zal u de profeet Elias zenden, vóórdat de Dag des Heren komt, de grote en ontzaglijke!” (Malachias 4:1-5)

Gebed: Kom, Heer Jezus, kom ook nu weer, goede Jezus. Werp nog eens met sterke arm de Satan buiten, die wij, dwazen, hebben binnengelaten; wij hielden ons niet aan de doopverbintenis, die wij eens met U sloten. Gezondigd hebben wij o Heer, ons wederom afgegeven met de Satan en zijn werken. Grif hebben wij onder het schandelijke juk onze hals gebogen, en ons naar de jammerlijke slavernij der zonde gevoegd. Dán pas zal er voor ons, ook nú weer, vrijheid zijn, indien Gij ons bevrijdt. Kom dan Heer Jezus, kom!

 

Op 22 december: O REX GENTIUM…

Antifoon: O KONING VAN DE VOLKEREN, naar wie allen verlangen, Gij zijt de hoeksteen die verenigt wat verdeeld is: kom, en red de mens die Gij uit het slijk van de aarde hebt gevormd!

Uit de Heilige Schrift: “Wie zou U niet vrezen, Koning der Volkeren!” (Jeremias 10:7)
“Daarom spreekt God, de Heer: Zie, ik zend een steen voor het fundament van Sion, een onwrikbare en kostelijke hoeksteen, als grondslag gefundeerd: wie in hem gelooft zal niet wankelen.” (Isaias 28:16)

Gebed: Kom, Heer Jezus, kom ook nu weer, goede Jezus. Werp nog eens met sterke arm de Satan buiten, die wij, dwazen, hebben binnengelaten; wij hielden ons niet aan de doopverbintenis, die wij eens met U sloten. Gezondigd hebben wij o Heer, ons wederom afgegeven met de Satan en zijn werken. Grif hebben wij onder het schandelijke juk onze hals gebogen, en ons naar de jammerlijke slavernij der zonde gevoegd. Dán pas zal er voor ons, ook nú weer, vrijheid zijn, indien Gij ons bevrijdt. Kom dan Heer Jezus, kom!

 

Op 23 december: O EMMANUEL…

Antifoon: O EMMANUEL (= GOD-MET-ONS), onze Koning en Wetgever, hoop van de volkeren, hun Redder: kom ons redden, Heer onze God!

Uit de Heilige Schrift: “Luister dan Huis van David! Is het u niet genoeg, mensen te tarten, dat gij ook het geduld van mijn God op de proef stelt? Daarom geeft de Heer zelf u een teken: Zie, de Maagd zal ontvangen, en een Zoon baren; zij zal hem noemen: Emmanuel (God-met-ons).

Grote en geweldige wateren zullen geheel uw aarde overstelpen, o Emmanuel! Verneemt het, alle volkeren, gij wordt overwonnen! Maakt maar plannen: ze worden niet uitgevoerd; want God is met ons!

Eenmaal zal de nacht verdwijnen, in de eindtijd zal Hij de weg naar het water herstellen. Het volk, dat leeft in de duisternis, zal dan een helder licht aanschouwen, zij die leven in het dal van de schaduw des doods, een Licht gaat op over hen! Want een Kind is ons geboren, een Zoon ons geschonken; de heerschappij wordt op zijn schouders gelegd, en zijn naam wordt genoemd: Wonder van Raad, Goddelijke Kracht, Vader voor eeuwig, Vorst van de Vrede! Zijn heerschappij zal groot zijn en aan zijn vrede zal geen einde komen.” (Isaias 7:14, 8:7-10, 9:1,5)

Gebed: Kom, Heer Jezus, kom ook nu weer, goede Jezus. Werp nog eens met sterke arm de Satan buiten, die wij, dwazen, hebben binnengelaten; wij hielden ons niet aan de doopverbintenis, die wij eens met U sloten. Gezondigd hebben wij o Heer, ons wederom afgegeven met de Satan en zijn werken. Grif hebben wij onder het schandelijke juk onze hals gebogen, en ons naar de jammerlijke slavernij der zonde gevoegd. Dán pas zal er voor ons, ook nú weer, vrijheid zijn, indien Gij ons bevrijdt. Kom dan Heer Jezus, kom!

 

Op 24 december: Prope est jam Dominus … venite adoremus!

Antifoon: Vandaag zult gij weten dat de Heer zal komen en ons verlossen; en in de ochtend zult gij zijn heerlijkheid zien.

Uit de Heilige Schrift: ” “Ik heb kinderen grootgebracht en opgevoed, maar zij zijn van Mij afvallig geworden. De os kent zijn Meester en de ezel de kribbe van zijn Heer, maar Israël heeft geen begrip, mijn volk geen inzicht.” (Isaias 1:2-3)

Gebed: Kom, waarachtig Licht; kom, eeuwigdurend Leven; kom, verborgen geheimenis, onuitsprekelijke schat, onzegbare daad. Kom, niet voor te stellen aangezicht, onzichtbare verrukking, licht zonder avond. Kom, ware hoop van wie zoeken naar uw heil; kom, helper van wie terneder liggen; kom, opstanding der doden; kom, almachtige die alles schept en herschept en verandert door uw wil; kom, onzichtbare, ontastbare, onaanraakbare. Kom, ons eeuwig leven; kom, onverwelkbare krans, purper van de grote God, onze God, gordel van kristal en diamant. Kom Gij, naar wie mijn arme ziel verlangt en smacht; kom, eenzame tot een eenzame, want eenzaam ben ik zoals Gij ziet. Kom tot mij, Gij die mij hebt losgemaakt van deze wereld en mij eenzaam hebt gemaakt; kom, Gij die mijn verlangen zijt geworden en die gemaakt hebt dat ik smacht naar U. Kom, mijn adem en mijn leven; kom, troost van mijn zondige ziel; kom, mijn vreugde, mijn roem, mijn verrukking. 

 

no-room-at-the-innjourney_to_bethlehem

“Want er was voor hen geen plaats” (Lukas 2:7)

En bij ons? Is er bij ons plaats voor Hem?

 

 

 

 

 

 

Copyright © 2016 - 2019 Centro Librario Sodalitium