Het Christelijk gezin: het woord van de Paus

Toespraak van Zijne Heiligheid Paus Pius XII
bij de zaligverklaring van Maria Goretti, 27 april 1947


Gods lieve heiligen worden door hun zalig- en heiligverklaring als zeker voorbeeld gesteld om nagevolgd te worden door iedere Christen. Zo heeft Paus Pius XII zelf de heilige Maria Goretti bij haar zaligverklaring (1947) en heiligverklaring (1950) tot voorbeeld gesteld voor onze tijd. Opdat wij de deugden van deze kleine heilige martelares zouden navolgen, speciaal in het huisgezin.

Haar heilig leven en haar voorbeeld is ons gebleven tot ons heil en onze zaligheid, opdat wij, volgens het woord van Sint Paulus: „onberispelijk zouden zijn, oprecht en ongerept, vlekkeloze kinderen van God, te midden van een krom en verdraaid geslacht, waaronder ge schittert als sterren in het heelal” (Philip. 2,14).

.

pope-pius-xii-being-carried-in-his-sedia-gestatoria-rome-1940s-50s_a-G-9851422-4985775

Paus Pius XII:

 „Met diepe aandoening hebben Wij gisteren Ons gebed en Onze smeekbeden tot de nieuwe zalige, en door haar tot God gericht, en met een innige, vaderlijke vreugde groeten Wij vandaag u hier, dierbare zonen en dochters, die u verenigd voelt met Maria Goretti door familiebanden, door dezelfde geboortestad, door dezelfde bezigheden en levensomstandigheden, maar toch vooral door hetzelfde heilige Geloof. Waarlijk, de dag van gisteren was uw dag, uw feest, het feest van heel het christelijke volk.

Het was het feest van de jeugd, die uitbundig blij is met de verheffing van een der hunnen, een, die een voorbeeld gaf van vroomheid en sterkte en een allerkrachtigste aansporing om haar na te volgen.

Het was het feest van alle vrome en edelmoedige zielen, voor al degenen voor wie het katholieke geloof nog levende werkelijkheid is, een kostbare schat (zie Mt 13,44), het hoogste goed, alles. Een wonderbare bloem van dit werkzame geloof is immers de gelukzalige Maria Goretti.

ASSUNTA-MARIA_0

Het was het feest van de zachtmoedige en vreedzame zielen, die in rustige maar gestadige arbeid hun dagelijks brood verdienen. Die, uit liefde tot God en vol vertrouwen op Zijn Goddelijke Voorzienigheid, het kruis dragen van deze aardse ballingschap, tot de Heer het van hun schouders afneemt op de dag van de eeuwige vergelding. De wereld denkt weinig aan die zielen, zij spreekt er nog minder over, maar die zielen zijn het, die volk en vaderland redden uit de noden dezer tijden. Tot hen behoren ook de rechtschapen en vlijtige vader en de vrome moeder van Maria Goretti: tot haar, de moeder, die onder ons is, gaan op bijzondere wijze Onze gelukwensen en Ons welbehagen in het onvergelijkelijke geluk dat haar ten deel viel, om nog tijdens haar leven haar dochtertje tot de eer der altaren verheven te zien!

Het was het feest van het christelijk huisgezin. Want Maria Goretti, die op zo jeugdige leeftijd — nog geen twaalf jaar oud — deze aarde moest verlaten, is een rijpe vrucht van de huiselijke haard, waar wordt gebeden, waar de kinderen worden opgevoed in de vreze Gods, in gehoorzaamheid aan hun ouders, in liefde tot de waarheid, in eerbaarheid en reinheid; waar van kindsbeen af geleerd wordt zich met weinig tevreden te stellen, hulpvaardig te zijn in huis en bij het werk en waar natuurlijke levensomstandigheden en de godsdienstige geest die er heerst, machtig meewerken om allen in eenheid met Christus te verbinden en te doen groeien in Zijn genade. O, die oude en eenvoudige opvoedingsmethode, die door niets kan vervangen worden en bij wier verdwijnen het geluk en het welzijn der huisgezinnen te gronde gaan. Zalige Maria Goretti, verkrijg voor ons van God, dat dit verheven goed, waaraan gij zelf zoveel te danken hebt, ook bewaard moge blijven voor onze jeugd en heel ons volk!

 

9a1a590fa0eaac6c80f30bdd85ba15bb

De figuur en de geschiedenis van Maria Goretti roepen aanstonds een andere figuur en een andere geschiedenis in ieders geheugen: de heilige Agnes. Het gelaat van beide martelaressen schittert van eenzelfde licht, beide ademen dezelfde geur van reinheid. Doch het gevaar bestaat, dat de zuivere gratie en tedere liefelijkheid van deze kinderen, die het artistiek en dichterlijk gevoel al te oppervlakkig en natuurlijk beroeren, hun meest karakteristieke deugd al te zeer in de schaduw houdt. Die deugd is de deugd van sterkte. De sterkte der maagden, de sterkte der martelaren, die hun jeugd in een nieuw en stralender licht stelt: de sterkte, die tegelijkertijd bescherming en vrucht is van de maagdelijkheid.

Hoe groot is de dwaling van hen, die de maagdelijkheid beschouwen als de vrucht van onwetendheid of domheid in kleine zielen zonder hartstocht, zonder vuur, zonder hoop waaraan men met een glimlach van medelijden voorbijgaat. Hoe kan iemand die altijd zonder strijd toegeeft, weten, welk een kracht er gevorderd wordt om vele jaren lang, ja heel het leven, zonder een ogenblik van zwakheid, heer en meester te blijven over de geheime neigingen en prikkelingen der zinnen en van het hart, die sedert de erfzonde de menselijke natuur, van jongs af aan, kwellen; wat het kost, om zonder ook maar een enkele keer te wijken, weerstand te bieden aan de duizenden bekoringen; om te leven te midden van het bederf dezer wereld met een nooit verflauwende zielensterkte, die boven alle bekoringen, bedreigingen, boven alle verleidende en spottende blikken verheven is?

Neen, Agnes in de maalstroom van de heidense wereld, Aloysius van Gonzaga aan de zedeloze hoven van de Renaissance, Maria Goretti in het dagelijks verkeer met door hartstocht gedreven personen zonder schaamtegevoel: zij waren noch onwetend, noch ongevoelig: zij waren sterk. Sterk in die bovennatuurlijke kracht, waarvan in iedere Christen de kiem gelegd wordt bij het heilig Doopsel en die, dank zij een zorgvuldige en altijd waakzame opvoeding in liefdevolle samenwerking van ouders en kinderen, veelvoudige vruchten voortbrengt van deugd en welvaart.

Zo was Maria Goretti. In de nederige kring van personen waarin zij opgroeide, was haar opvoeding eenvoudig, maar toch voortreffelijk nauwgezet, en zij beantwoordde er ook niet minder volkomen aan. Welk een sprekend getuigenis gaf haar moeder daarvan, als zij verzekerde dat het meisje haar nooit ook maar het minste vrijwillige verdriet had aangedaan! En wie zou zonder aandoening de verklaring van de moordenaar zelf kunnen lezen, waarin hij getuigt dat hij nooit enige tekortkoming tegen de wet van God in haar had waargenomen?

goretti_1902

Onze zalige was werkelijk sterk. Zij wist en begreep. En juist daarom verkoos zij te sterven. Ze telde nog geen twaalf jaren, toen ze als martelares stierf. Maar van welk een helder inzicht, van welk een voorzichtigheid, van welk een kracht gaf dit meisje blijk, toen zij, bewust van het gevaar, dat haar dreigde, dag en nacht waakte ter verdediging van haar reinheid, met alle ijver ernaar streefde nooit alleen te blijven en in ononderbroken gebed de lelie van haar zuiverheid aan de Maagd der Maagden aanbeval. Neen, dat is geen kleine, geen zwakke ziel. Dat is een heldin, die onder de dolksteken van haar moordenaar geen aandacht had voor eigen pijn, maar alleen voor de boosheid der zonde, die ze beslist van zich afwierp.

Goddank zijn er nog zulke jonge meisjes – misschien meer dan men denkt of vermoedt, omdat ze met hun deugd niet te koop lopen, zoals de anderen met hun lichtzinnigheid en ongebondenheid – die, door werkelijk christelijke ouders opgevoed, opgewekt, blij en bescheiden tegelijk, door de straten van de stad of over de wegen van het land gaan, naar de plaats waar hun huiselijke plichten, beroep, school of naastenliefde hen roepen; die zich door een glimlachende bevalligheid weten bemind te maken en tegelijkertijd eerbied afdwingen door hun vastberaden waardigheid.

En ze zouden er nog talrijker zijn, indien er van de kant van de ouders meer behoedzaamheid zou zijn en liefdevolle goedheid, en van de kant van de kinderen, meer vertrouwensvolle gehoorzaamheid. Wij willen niet spreken van de onheilen die zovele ongelukkigen in het diepst van de afgrond storten, van de drama’s die eindigen met een dood zonder hoop, van de alsmaar voortschrijdende decadentie die tot het menselijk gezien onherstelbare gaan, van zoveel teloorgang, zoveel misstappen, zo massale overgave tot het verderf!

Bevliegingen van een ogenblik, die de onbezonnenheid misschien eerst doet veronachtzamen, maar waaraan de vernederende herinnering later zal opwellen, als gasbellen tot het oppervlak van een tot rust gekomen waterplas, met een stekende wroeging, waarvan de bitterheid, ook na het berouw en de vergiffenis, hier beneden nooit volledig verzoet wordt.

Tegenover de beklagenswaardige zwakheid en de droeve val van zovelen, bewonderen wij hier de kracht van de zuiveren van harte. Een geheimzinnige kracht, die de grenzen der menselijke natuur en niet zelden zelfs die van de gewone christelijke deugd te boven gaat. Het is de kracht van de liefde tot de Bruidegom der zielen, die alles wat haar trouw zou willen belagen, of de zuiverheid van haar gevoelens zou durven bedreigen, beslist afwijst. Zo toont zich Maria Goretti aan ons in haar leven, zowel als in haar marteldood.

Is dan — kunnen wij ons afvragen — de deugd van Maria Goretti te vergelijken met die van een Agnes, een Cecilia, van een Geertruid, van een Catharina van Siëna, van een Theresia van het Kindje Jezus, of van zoveel anderen die, veelal met heldhaftige zelfverloocheningen en buitengewone daden — vrucht van hun maagdelijkheid — dikwijls tot hoge leeftijd voor de zaak van Christus en Zijn Kerk de bruidsring droegen, die hen voor het leven verenigde met hun Bruidegom Christus? Maria Goretti was nog jong en niets veroorlooft ons met zekerheid te beweren, dat zij zich later, door de belofte van maagdelijkheid aan de Heer zou gewijd hebben. Niets geeft ons de zekerheid, dat zij, met het groeien in jaren, niet de weg zou gegaan zijn van zoveel andere meisjes, die de bloem van hun maagdelijkheid neerleggen voor het altaar, om in een heilig huwelijk aan God oprechte aanbidders te schenken, aan de Kerk toegewijde kinderen en toekomstige heiligen aan de hemel.

Maar Jezus wist goed, dat Hij haar voor zichzelf had uitverkoren en voorbehouden. En zij van haar kant had zich, zonder voorbehoud en zonder aan de toekomst te denken, geheel aan Hem gegeven. Zij wilde maar één ding: voor niets ter wereld Gods wet overtreden, maar ten koste van iedere prijs, zelfs van haar leven, haar getrouwheid aan Christus bewaren.

Is zij dan misschien een argeloos, onschuldig zieltje, dat door de loutere dreiging van de zonde, „als bij het zien van een serpent” (Eccl. 21:2) reeds wordt afgeschrikt; een hermelijntje, dat, volgens een oude legende, zich liever laat doden dan haar witte pootjes te bevuilen aan het slijk van de weg? Werd ze alleen gedreven door een natuurlijk schaamtegevoel? Neen! Hoewel ze nog klein was, is toch reeds duidelijk in haar de kracht en de diepte van haar liefde voor de Verlosser te erkennen. Ze kan nog niet lezen. Armoede en verre afstand verhinderen haar naar school te gaan. Maar haar liefde voor Christus kent afstand noch bezwaren. IJveriger dan ooit legt ze zich toe op haar huiselijke bezigheden en het leren van de catechismus. Om Jezus in de Heilige Communie te kunnen ontvangen aarzelt ze niet in volle zomer, onder de brandende zon, een urenlange, stoffige weg naar Nettuno af te leggen. „Ik kan haast niet wachten tot morgen, om de Heilige Communie te ontvangen,” zei ze eens. Die morgen kwam en ook de Heilige Communie. Welk een dag en welk een Heilige Communie! In de namiddag van dezelfde dag waarop ze die woorden sprak, vergoot ze haar bloed uit getrouwheid aan haar maagdelijke Bruidegom.

b48172535b62b406aff4dbdc36d9351e

Het slachtoffer van dat barbaarse misdrijf van 5 juli 1902 werd gisteren tot de eer der altaren verheven. Hoe kunnen wij er nog aan twijfelen, dat de Goddelijke Voorzienigheid de nieuwe zalige als voorbeeld, als hemelse beschermster en voorspreekster heeft willen schenken aan onze jonge meisjes; bijzonder aan de meisjes van de Katholieke Actie; aan al de „Kinderen van Maria” en aan allen die zich hebben toegewijd aan de Onbevlekte Moedermaagd? Zij was een der hunnen, wanneer zij een wrede dood stierf omwille van Gods Gebod; nog geen twaalf jaar oud, toonde zij zich reeds rijp en sterk in de christelijke deugd, bereid om haar bloed te mengen met het Bloed van het Lam.

De bijna vijftig jaren, die na het aangrijpende levenseinde van Maria Goretti vergingen, met een overvloed aan onstuimige gebeurtenissen en onbesuisde omwentelingen, zijn ook niet minder geschokt door radicale veranderingen in het leven van het meisje en de vrouw. Reeds bij andere gelegenheden hebben Wij uitvoerig aangetoond, hoe in deze halve eeuw, de vrouw van de bescheidenheid en het ingetogen leven – kenmerken van de tijd voorheen, – in alle terreinen van het openbare leven is geworpen, tot zelfs in de militaire dienst. En dit is gebeurd met een, We zouden zeggen, genadeloze snelheid.

pius3

Opdat deze radicale en snelle veranderingen niet de meest ernstige schade aanrichten in het godsdienstige en zedelijke leven van de vrouw, is het vóór alles noodzakelijk, dat zij in gelijke mate en snelheid versterkt wordt in die innerlijke en bovennatuurlijke deugden, die schitterden in de nieuwe zalige, Maria Goretti: een geest van geloof en van eerbaarheid. Eerbaarheid, niet alleen als een gevoel van natuurlijke, als het ware onbewuste schroomvalligheid, maar als bewuste en zorgvuldig aangekweekte christelijke deugd. Verder moeten al degenen, aan wie het heil van de menselijke samenleving en het tijdelijke en eeuwige welzijn van de vrouw na aan het hart liggen, beslist eisen, dat de openbare zede zich opwerpt als beschermer van haar eer en waardigheid. Echter, wat is de realiteit? Zouden Wij ons vergissen, indien wij zeiden dat in dit opzicht geen enkel tijdperk zózeer is tekort gekomen aan haar verplichtingen tegenover de vrouw, als het huidige?

Daarom klinkt luid over onze tijd de klacht van de Zaligmaker: „Vae mundo a scandalis”, wee de wereld om de ergernissen (Matth. 18:7). Wee aan die moedwillige en gewetenloze verleiders, die door boeken, kranten en tijdschriften, door toneel en film en zedeloze mode een nog onbevlekt reine ziel dodelijk vergiftigen! Wee aan de vaders en moeders die, uit gemakzucht of onbedachtzaamheid, aan de grillen van hun zonen en dochters toegeven, en aan dat ouderlijk gezag verzaken dat van het gelaat van man en vrouw afstraalt als een afspiegeling van Gods Majesteit! Wee ook aan al die naam- en schijnchristenen, die niet met alle middelen de ergernis bestrijden! De wetten straffen dan misschien wel de moordenaar van een kind, zoals het toch zou moeten! Maar diegenen die de moordenaar het wapen in de hand drukten, die hem aanmoedigden, die hem onverschillig of misschien zelfs met een vergoelijkend lachje lieten doen: welke gerechtigheid, welke menselijke wetgeving zal hen durven of kunnen straffen zoals ze het verdienen?
En toch zijn zíj de eigenlijke hoofdschuldigen! Op hen, de moedwillige verleiders en medeplichtigen, zal Gods gerechtigheid zwaar neerkomen!

reliek_MariaGoretti

Is er dan geen menselijke macht, die deze perverse harten, die op hun beurt weer anderen te gronde richten, kan aanmanen en bekeren? Die de vele zorgeloze of angstvallige Christenen de ogen kan openen en uit hun slaap wakker schudden? Moge het bloed van onze martelares samen met de tranen van de rouwvolle en boetvaardige moordenaar, tot één enkel gebed verenigd, de genade van dit wonder bewerken!

Wij hopen dat, en Onze hoop is niet ijdel: integendeel, Wij aarzelen niet hier de woorden van de Apostel Paulus te herhalen: „Waar de zonde overvloedig is, is de genade van God nog overvloediger” (Rom. 5,20). Beschouw de Kerk. Zie, met de dag groeien en verbreden zich, ook onder de jeugd, de gelederen van hen die geloven, die bidden, die aan veel genoegens verzaken, die resoluut van zich afwerpen wat in strijd is met Gods Wil, die altijd een heilig Ja! zeggen op alles wat God van hen vraagt en die geen rust kennen voor ze al diegenen uit hun omgeving — kameraden en vrienden in het beroep of bedrijf — die van Hem zijn afgedwaald, tot Christus en Zijn wet hebben teruggevoerd. Zij zijn het, die Onze troost en vreugde uitmaken.

Richten we daarom vol vertrouwen onze blikken ten hemel en beschouwen we die stralende stoet van hen die, geleid door de Maagd der maagden en de Toevlucht der zondaren, hun klederen hebben gereinigd in het Bloed van het Lam. Hun voorspraak willen we afroepen en onze schamele gebeden verenigen met de hunne, opdat op deze aarde de overvloedige dauw moge neerdalen van die hemelse genade, die kuis maakt en sterk.

In onderpand van deze hemelse genade schenken Wij u van harte Onze Vaderlijke en Apostolische Zegen.”

images

Copyright © 2016 - 2019 Centro Librario Sodalitium