Onvoorzichtige aankondigingen

De voorzichtigheid, auriga virtutum (“de leidsman van de deugden”), omdat zij alle andere kardinale deugden leidt, doet ons de juiste middelen kiezen om het beoogde doel te bereiken. Zonder de voorzichtigheid bestaan de andere deugden niet werkelijk en kan men zelfs het beste doel dat men zich heeft gesteld niet bereiken.

Onlangs zijn aan de gelovigen die vasthouden aan de katholieke Traditie door verschillende betrokken partijen, aankondigingen gedaan die ons uiterst onvoorzichtig lijken. Deze aankondigingen zijn weliswaar nieuw, maar in wezen herhalen zij situaties die we al eerder hebben meegemaakt. Ons Instituut, dat door vele gelovigen is gevraagd zijn mening hierover te geven, kan daarom slechts herhalen wat het vanaf het begin heeft verdedigd, ook al is dat wellicht niet bekend bij allen die zich pas recent tot ons hebben gewend.

Wij doelen enerzijds op de aankondiging van nieuwe bisschopswijdingen door de Priesterbroederschap Sint-Pius X, zonder het pauselijk mandaat (dat wil zeggen: zonder toestemming van de Heilige Stoel), ja zelfs in weerwil van het hernieuwde, uitdrukkelijke verbod door hen die de Apostolische Stoel bezetten. Anderzijds doelen wij op de verschillende initiatieven van sedevacantistische bisschoppen met het oog op de bijeenroeping van een “onvolmaakt algemeen concilie” (onvolmaakt omdat het zonder paus zou plaatsvinden), met als doel – volgens hun visie – de verkiezing van een “paus”. De eerste aankondiging noemt zelfs een datum voor de uitvoering: de vier bisschopswijdingen zouden op 1 juli plaatsvinden, terwijl de tweede zich beperkt tot het voorbereiden van de weg voor dit “algemeen concilie” of “conclaaf”, hoe men het ook maar wil noemen.

Laat het meteen duidelijk zijn: het Instituut Mater Boni Consilii is volledig gekant tegen beide initiatieven, zoals het dat ook in het verleden was bij soortgelijke gebeurtenissen (zowel tegen de bisschopswijdingen van Mgr. Lefebvre in 1988 – zie de verklaring van juli 1988 – als tegen die van Mgr. Williamson – zie de mededeling van 20 maart 2015 – enerzijds, en tegen de verschillende sedevacantistische schijnconclaven, zoals dat van Assisi in 1994, anderzijds).

De noodtoestand in de huidige situatie van de Kerk

Ons Instituut erkent dat zich in de huidige kerkelijke situatie een noodtoestand voordoet. Ten minste sinds 7 december 1965, met de “afkondiging” van de documenten van het Tweede Vaticaans Concilie, en vervolgens door de daaropvolgende hervormingen (de liturgische hervorming en het nieuwe Wetboek van Canoniek Recht), wordt de Apostolische Stoel juridisch bezet door een subject (stoffelijkerwijs “paus” ) dat niet het vormelijke deel van het pausambt bezit, namelijk het “met Christus zijn”, en daarom niet werkelijk paus is (vormelijkerwijs). De Kerk bevindt zich niet in een normaal functionerende toestand, maar in een staat van ontstentenis van haar Autoriteit.

(zie : https://www.sodalitium.cloud/de-paus-het-pausschap-en-de-stoel-van-petrus-vacant/ )

In deze context moet de missio (zending) die Christus aan de Kerk heeft toevertrouwd, absoluut worden voortgezet, in het bijzonder door het opdragen van de Heilige Mis en de bediening van de sacramenten, tot eer van God en tot heil van de zielen. Daarom zijn wij, ondanks alle nadelen die dit met zich kan meebrengen, niet gekant tegen de wijding van bisschoppen zonder pauselijk mandaat (dat onmogelijk kan worden verkregen zolang er geen werkelijke kerkelijke overheid is). Deze bisschoppen bezitten geen enkele jurisdictie (die immers van de paus afkomstig is), maar alleen de volheid van de wijdingsmacht, om wijdingen en vormsels toe te dienen.

Bestaat deze noodtoestand als men de leer van de Priesterbroederschap Sint-Pius X volgt?

De Priesterbroederschap Sint-Pius X antwoordt bevestigend. In werkelijkheid is het echter moeilijk in te zien hoe zij dit kan verdedigen. Volgens de Priesterbroederschap Sint-Pius X (en dit is een vereiste om tot de Broederschap te behoren) zijn alle ‘pausen’ die sinds het Tweede Vaticaans Concilie de Stoel van Petrus hebben bezet, wettige pausen, en zijn de nieuwe misorde en de sacramenten die volgens de nieuwe ritus worden toegediend, geldig. Hieruit volgt dat:

  • de Kerk ook vandaag wordt bestuurd door een wettige opvolger van Petrus, Plaatsbekleder van Christus, begiftigd met het charisma van de onfeilbaarheid en bekleed met de jurisdictiemacht over alle gelovigen inzake geloof, zeden en kerkelijke tucht.
  • in gemeenschap met hem ongeveer 5.000 bisschoppen de verschillende bisdommen besturen. Deze worden door de priesters van de Broederschap in de Canon van de Mis samen met “paus” Leo XIV genoemd. In het verleden zijn twee bisschoppen die volgens de nieuwe ritus waren gewijd, als zodanig aanvaard en werd hen toegestaan in huizen van de Broederschap te verblijven.
  • de nieuwe misorde (ook de Novus Ordo) die overal ter wereld wordt gevierd geldig is, evenals de bisschopswijdingen, priesterwijdingen en sacramentele absoluties. Overal ter wereld wordt de Kerk bestuurd door haar wettige herders en geheiligd door geldige sacramenten.
  • “Paus” Benedictus XVI heeft bovendien de excommunicatie opgeheven die rustte op de door Mgr. Lefebvre gewijde bisschoppen, terwijl “paus” Franciscus aan de priesters van de Broederschap de bevoegdheid heeft verleend biecht te horen, huwelijken in te zegenen, een rechtbank van eerste aanleg te hebben, dikwijls katholieke kerken te gebruiken en zelfs sommige daarvan in gebruik te krijgen, waardoor hun feitelijk werd toegestaan “de Traditie te beleven”, zoals zij zelf hadden gevraagd.
  • Vele instituten die de traditionele Mis vieren, zijn canoniek erkend door de Heilige Stoel, en hun leden worden gewijd door bisschoppen die ook door de Broederschap als geldig gewijd worden erkend. Deze bisschoppen zouden in de toekomst vermoedelijk zelfs priesters van de Broederschap kunnen wijden, indien de Broederschap daarom zou verzoeken.
  • Indien de Broederschap ten slotte haar toevlucht zou willen nemen tot bisschoppen die uitsluitend volgens de oude ritus zijn gewijd (waarom eigenlijk, als zij de nieuwe ritus geldig acht?), er inmiddels ontelbare bisschoppen bestaan die binnen de zogenaamde Traditie zijn gewijd – zelfs te veel, eerlijk gezegd – waarvan sommigen, namelijk degenen die door Mgr. Williamson (zelf door Mgr. Lefebvre binnen de Broederschap gewijd) zijn gewijd, dezelfde opvattingen delen als de Broederschap over de legitimiteit van Leo XIV en de geldigheid van de nieuwe riten.

De Priesterbroederschap Sint-Pius X verklaart dat zij door een “noodtoestand” gedwongen wordt vier nieuwe bisschoppen te wijden, niet alleen zonder pauselijk mandaat, maar zelfs tegen de uitdrukkelijke wil van de “paus”. Maar die noodtoestand is echter uitsluitend die van de Broederschap zelf en niet, zoals zij beweert, die van de Kerk.

Een daad van schismatieke aard

In deze context is de wijding van vier nieuwe bisschoppen zonder pauselijk mandaat door de Priesterbroederschap Sint Pius X een daad van schismatieke aard:

  • ten eerste objectief, omdat zij wordt verricht in gemeenschap met Prevost-Leo XIV en aldus deelneemt aan diens “kapitale schisma“;
  • ten tweede subjectief, omdat het een ernstige daad van ongehoorzaamheid is, waarop excommunicatie staat, tegenover degene die zij (zij het ten onrechte) erkent als de plaatsbekleder van Christus. De algemene overste van de Priesterbroederschap Sint-Pius X heeft aan Leo XIV en aan “kardinaal” Fernández, prefect van het Dicasterie voor de Geloofsleer (!!), toestemming gevraagd om de vier bisschoppen te wijden van wie een dossier werd voorgelegd. Men kan geen toestemming vragen — en daarmee de autoriteit erkennen van degene aan wie men die vraagt — als men vervolgens geen rekening houdt met zijn weigering.

Het zogenaamde onvolmaakte algemene concilie dat door sommige ‘sedevacantistische’ bisschoppen wordt voorgesteld

Ook dit is geen nieuw verschijnsel. Reeds vóór de bisschopswijdingen van Mgr. Carmona en Mgr. Zamora in oktober 1981 meenden sommige gelovigen, priesters en later ook “sedevacantistische” bisschoppen enerzijds dat de Apostolische Stoel (volledig) vacant is – doorgaans sinds 1958 – en anderzijds dat het noodzakelijk was en nog steeds is over te gaan tot een pausverkiezing. Deze stroming wordt gewoonlijk aangeduid als conclavisme.

Meestal bleef dit voornemen louter theorie, zonder tot de feiten over te gaan, maar soms leidde het daadwerkelijk tot de verkiezing van tegenpausen. Het meest “serieuze”, maar zeker niet enige geval, was het reeds genoemde “conclaaf” van Assisi, dat in 1994 een vermeende Lino II verkoos.

Wij zouden dit onderwerp niet ter sprake brengen, ware het niet dat er momenteel intensief propaganda wordt gemaakt voor een nieuw “conclaaf”, of beter gezegd – bij gebrek aan kardinalen – een “onvolmaakt algemeen concilie”, dat de katholieke “sedevacantistische” bisschoppen zou bijeenbrengen met het doel een paus te kiezen.

Wat ons betreft hebben wij deze weg, die naar een schisma (zo niet naar het belachelijke) voert, nooit gevolgd. Wij baseren ons op het beginsel dat alleen degene die juridisch de bevoegdheid heeft de Stoel vacant te verklaren, vervolgens ook kan voorzien in de bezetting (provisio) ervan.

Alleen residentiële bisschoppen en plaatselijke ordinarii hebben immers het recht aan een concilie deel te nemen. Titulaire bisschoppen hebben dat recht slechts wanneer zij door de paus worden opgeroepen, omdat zij geen jurisdictie bezitten. De bisschoppen die vanwege de noodtoestand ten gevolge van de (vormelijke) vacatie van de Heilige Stoel zijn gewijd, zijn noch residentiële, noch titulaire bisschoppen (de laatsten worden immers ook op pauselijk mandaat gewijd). Daarom hebben zij geen enkele macht de Heilige Stoel juridisch vacant te verklaren, deel te nemen aan een concilie – zelfs niet aan een “onvolmaakt” concilie zonder pauselijke convocatie – en nog minder een Paus te kiezen.

Daar komt nog bij dat zowel de hoedanigheid als het aantal van de kiesgerechtigden onbetwistbaar moet vaststaan, terwijl deze bisschoppen zonder enige benoeming vanwege het kerkelijk gezag door om het even wie zonder vaste criteria gewijd kunnen worden, en men niet kan onderscheiden wie geoorloofd gewijd is en wie niet.

Wij hopen daarom dat de plannen voor een ‘concilie’ ook werkelijk plannen blijven en niet tot uitvoering komen; mocht dat toch gebeuren, dan kunnen wij uiteraard een eventuele gekozen persoon niet als ware paus erkennen, noch de sacramenten toedienen aan wie zich in gemeenschap met hem zou beschouwen.

Tot slot

De zich steeds verder verspreidende modernistische ketterij wordt niet bestreden met onvoorzichtige oplossingen die tot een schisma leiden. Het Instituut houdt zich, beide klippen omzeilend, aan het wijze standpunt van de thesis van Cassiciacum van Mgr. Guérard des Lauriers.